In het kort: Amerikaanse technologie kan risico’s opleveren voor Europese soevereiniteit, omdat Europese organisaties daarmee afhankelijk worden van wetgeving, besluitvorming en belangen buiten Europa. Die afhankelijkheid kan botsen met Europese regels én met het Europese doel om zelf controle te houden over data, digitale infrastructuur en kritieke systemen.
Als organisatie gebruik je vaak technologie van Amerikaanse leveranciers. Die leveranciers vallen onder Amerikaanse wetgeving. Daardoor heb je niet altijd volledige zeggenschap over je data en systemen, ook niet als die fysiek in Europa staan. Dat raakt direct aan Europese soevereiniteit: de mate waarin Europa zelf beslist over haar digitale infrastructuur.
Amerikaanse techbedrijven moeten zich houden aan wetten zoals de US Cloud Act. Deze wet kan hen verplichten om toegang tot data te geven aan Amerikaanse autoriteiten, ook wanneer die data in Europa is opgeslagen. Dit botst met Europese wetgeving en met het Europese principe dat data onder Europese controle moet blijven.
Deze situatie zorgt voor onzekerheid. Het is niet altijd duidelijk wie toegang kan krijgen tot data, wie de uiteindelijke controle heeft en wie verantwoordelijk is bij conflicten of incidenten. Als je sterk leunt op Amerikaanse technologie, vergroot je het risico op juridische problemen, afhankelijkheid van externe partijen en verlies van strategische autonomie.
Europese soevereiniteit gaat niet alleen over wetgeving, maar ook over grip op kritieke processen en essentiële systemen. Door bewust te kijken naar de herkomst van technologie, verklein je risico’s en houd je meer controle over je bedrijfsvoering op de lange termijn.